|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Een meewerkende echtgenote met ministatuut is arbeidsongeschikt. Om uitkeringen te genieten moet
zij elke persoonlijke activiteit stopzetten. Wettelijk gezien is er een verklaring op eer nodig dat ze
geen activiteit meer uitoefent. Als ze na haar genezing terug helpt, zou ze normaal opnieuw moeten aansluiten
bij een socialeverzekeringsfonds. Volgens de bestaande regelgeving van de ziekteverzekering, zou zij na dit tijdvak van arbeidsongeschiktheid een nieuwe wachttijd van 6 maanden moeten doorlopen voor het recht op uitkeringen. Klopt dat?
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| © RSVZ 2006 Beding van afwijzing van aansprakelijkheid Laatste wijziging Tue, Aug 29, 2006. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||