Print deze pagina
Vaak gestelde vragen
Moet ik mijn zaak overlaten als ik gelijkstelling wil bekomen?

Men kan maar gelijkstelling genieten als men echt zijn activiteit stopgezet heeft.

Het Hof van Cassatie heeft in dat verband recentelijk (2 juni 2008) een interessante uitspraak gedaan. Het ging om een zaak waarin de tandartspraktijk van de vader door de zoon werd voortgezet, en de vader ervan uitging dat hij geen sociale bijdragen meer moest betalen in afwachting van zijn pensionering.

De feiten : een tandarts kreeg gezondheidsproblemen en kwam met zijn zoon (die ondertussen elders zijn eigen tandartspraktijk had uitgebouwd) tot een overeenkomst. De zoon zou voortaan zijn vaders cliënteel in het ouderlijk huis ontvangen, terwijl hij zijn eigen cliënteel in zijn eigen praktijk verder kon verzorgen. De zoon zou zijn vader maandelijks een forfaitaire vergoeding betalen.

In de mening dat daarmee alles geregeld was, deed de vader een aanvraag tot gelijkstelling. Daarmee zou hij de komende jaren nog kunnen laten meetellen voor zijn pensioen, zonder dat hij daarvoor nog aan zijn fonds bijdragen zou moeten betalen. Om de gelijkstelling te bekomen, moet men echter al zijn activiteiten werkelijk hebben stopgezet. En op dit vlak rezen er moeilijkheden, want bij wie zijn zaak door een tussenpersoon in zijn naam en voor zijn rekening laat voortzetten, kan men niet van stopzetting spreken.

De tandarts werd dan ook het recht op gelijkstelling ontzegd, waarop hij naar de arbeidsrechtbank trok, en daarna naar het Arbeidshof. Hij kreeg geen gelijk aangezien hij in de telefoon- en beroepengids nog aangeduid werd als actief tandarts, en uit het fiscaal dossier ook bleek dat de hij ook nog aanzienlijke onkosten had ingebracht. 

De rechters wezen hem op deze 'inconsequentie': je kan immers maar beroepskosten in rekening brengen als er uitgaven gedaan zijn voor het beroep met het oog op het verwerven of behouden van beroepsinkomsten.

Het gevolg was dat de rechtbanken ervan uitgingen dat hij zijn praktijk gewoon door zijn zoon heeft laten voortzetten, tegen betaling van een maandelijks bedrag, in zijn naam en ten dele voor zijn rekening.

Ook het Hof van Cassatie gaf hem geen gelijk.