Print deze pagina
Vaak gestelde vragen

Vennootschappen kunnen aantonen dat zij eigenlijk niet actief geweest zijn. Dat gebrek aan activiteit moet bewezen worden met een fiscaal attest. Ze zijn dan geen vennootschapsbijdrage verschuldigd.
De bijdrage moet betaald zijn vóór 1 juli van het bijdragejaar. Vaak is het onmogelijk om op dat moment al zo’n attest te hebben. De fiscus moet niet zelden wachten tot na het verstrijken van het boekjaar eer hij kan weten of de vennootschap inactief is.
Kan men de inning van de vennootschapsbijdrage in bepaalde gevallen uitstellen, meer bepaald tot de vennootschap de kans heeft gekregen om het nodige fiscale attest aan te vragen?

Het is een feit dat men tijdens het lopende jaar nooit zeker weet of de bijdrage uiteindelijk verschuldigd zal zijn voor dat jaar. In de praktijk kan de fiscus enkel een attest opstellen na ontvangst van de belastingaangifte met betrekking tot het vorige jaar, namelijk vanaf 30 juni

De fondsen moeten voor alle vennootschappen de bijdrage opvorderen voor het lopende jaar, zelfs al heeft de vennootschap al bewezen (door middel van een attest van inactiviteit voor het vorige jaar) dat ze de vennootschapsbijdrage voor het afgelopen jaar niet verschuldigd was. Een veralgemeend uitstel van de inning van de bijdrage voor de vennootschappen die verklaren dat ze inactief zijn, zou de moeilijkheden bij de invordering nog doen toenemen.

De minister van Middenstand heeft niettemin gevraagd om na te gaan of men correctie kan inbouwen: men zou een doelgericht uitstel kunnen verlenen aan vennootschappen die reeds meerdere opeenvolgende attesten bekomen hebben. Zo zou men ook nutteloze invorderingskosten kunnen vermijden.

"Slapende" vennootschappen zouden dit nadeel kunnen vermijden door over te gaan tot hun vervroegde ontbinding. Vennootschappen waarvan officieel geweten is dat ze zich in een toestand van vereffening bevinden, zijn de bijdrage niet verschuldigd vanaf het bijdragejaar waarin ze zich in die situatie bevinden.